Archieven & collecties

464 Collectie taalkaarten G.G. Kloeke’s Hoofdatlas Oost, 1875 - 1937

inhoud: Geografische kaarten van het Nederlandse taalgebied, gepubliceerd en ongepubliceerd met opgetekende taalverschijnselen uit G.G. Kloeke's Hoofdatlas Oost (176 t/m 400) [arch nr. 464], West (1 t/m 49 en 51 t/m 122) [arch nr. 463] en Zuid (1 t/m 49) [arch nr. 461], ontworpen ten behoeve van het dialectgeografisch onderzoek.

Zie het register genoemd onder 46:3, op verschijnsel ontsloten.
De collectie bestaat uit kaarten, gedrukt en op kalkeerpapier.

zie ook arch nr. 46, 397, 461, 462, 463
voor de digitale collectie taalkaarten, zie: archief nr. 1025:2

.

eerste | vorige 100 | volgende 100 | laatste | 101 t/m 200 van 335 | alle treffers

  

terug

464:81-
elf ; ; kalkeer
464:81m
twaalf ; ; kalkeer
464:81n
dertien, veertien ; ; kalkeer
464:82
wanneer ; ; kalkeer
464:83
hij wast zich ; ; kalkeer
464:84
(hij) greep ; ; kalkeer
464:85
(hij) vloog ; ; kalkeer
464:85a
vloog, sloeg ; ; kalkeer
464:86
bond ; ; kalkeer
464:87
naam, genomen ; ; kalkeer
464:88
gaf ; ; kalkeer
464:89
(hij) sloeg, zie 85a ; ; kalkeer
464:90
liep ; ; kalkeer
464:91
(hij) vroeg ; ; kalkeer
464:92
kind slaapt ; ; kalkeer
464:93a
hij maakte ; ; kalkeer
464:93b
(hij maakte dat hij) wegkwam ; ; kalkeer
464:94a
wie ; ; kalkeer
464:94b
(wie) heeft ; ; kalkeer
464:94c
( wie heeft) dat (gedaan) ; ; kalkeer
464:94d
gedaan ; ; kalkeer
464:95
zij hebben ; ; kalkeer
464:96a
ik heb (ik heb hem gezien) ; ; kalkeer
464:96b
(ik heb) hem gezien ; ; kalkeer
464:96c
(ik heb hem) gezien ; ; kalkeer
464:97
niet ; ; kalkeer
464:98
hij zal ; ; kalkeer
464:99
zou ; ; kalkeer
464:100a
waar vandaan ; ; kalkeer
464:100b
(waar) kom je ( vandaan) ; ; kalkeer
464:101
nieuw, wat nieuws ; ; kalkeer
464:102a
(hij) laat ; ; kalkeer
464:102b
(hij laat) los ; ; kalkeer
464:103
hij gaat, hij staat ; ; kalkeer
464:104
hij gaat, hij staat ; ; kalkeer
464:105
bij ; ; kalkeer
464:106
blijde ; ; kalkeer
464:107
lui ; ; kalkeer
464:108
fluiten ; ; kalkeer
464:109
dat, (maakte) dat hij (wegkwam), verg. 93 ; ; kalkeer
464:110
melken ; ; kalkeer
464:111
hok ; ; kalkeer
464:112
deze tafel ; ; kalkeer
464:113
doe (nom.+acc.) ; ; kalkeer
464:114a
u (acc.) ; ; kalkeer
464:114b
gij(nom.) ; ; kalkeer
464:115
jullie (nom. + acc.) ; ; kalkeer
464:116
mij gezien ; ; kalkeer
464:117
wij ; ; kalkeer
464:118
zij ; ; kalkeer
464:119
(daar) is hij (al) ; ; kalkeer
464:120a
onze (kinderen) ; ; kalkeer
464:120b
(onze) kinderen ; ; kalkeer
464:121
haar (kinderen) ; ; kalkeer
464:122
jullie (kinderen) ; ; kalkeer
464:123
slapen ; ; kalkeer
464:124
leven ; ; kalkeer
464:125
boven ; ; kalkeer
464:126
herfst ; ; kalkeer
464:127
hart ; ; kalkeer
464:128
zeef ; ; kalkeer
464:129
leugen ; ; kalkeer
464:130
vliegen ; ; kalkeer
464:131
goed, een goede man ; ; kalkeer
464:132
groot ; ; kalkeer
464:133
horen ; ; kalkeer
464:134
oor ; ; kalkeer
464:135
maken ; ; kalkeer
464:136
pot, potten ; ; kalkeer
464:137
turf ; ; kalkeer
464:138
dorp ; ; kalkeer
464:139
dorst ; ; kalkeer
464:140
zomer ; ; kalkeer
464:141
huis, huizen ; ; kalkeer
464:142
gisteren ; ; kalkeer
464:143
spelen (vgl. 170 molen) ; ; kalkeer
464:144a
zij zijn ; ; kalkeer
464:144b
jij bent ; ; kalkeer
464:145
klaver ; ; kalkeer
464:146
ziek ; ; kalkeer
464:147
zoet ; ; kalkeer
464:148
moeite met h? (h weg) ; ; kalkeer
464:149
(hij) doet ; ; kalkeer
464:150a
(hij) vliegt ; ; kalkeer
464:150b
jij liegt ; ; kalkeer
464:151a
uier ; ; kalkeer
464:151b
tepels ; ; kalkeer
464:152a
hij wast ; ; kalkeer
464:152b
zij wassen ; ; kalkeer
464:153
tuin ; ; kalkeer
464:154
ploegen ; ; kalkeer
464:155
(hij) ging ; ; kalkeer
464:156
jong ; ; kalkeer
464:157
in ; ; kalkeer
464:158
wel waar ; ; kalkeer
464:159
met (mee) ; ; kalkeer
464:160
ring, ding ; ; kalkeer
464:161
ring, ding ; ; kalkeer
464:162a
toen ; ; kalkeer
464:162b
vorkje ; ; kalkeer